zakmes
Interventie Arena
300_interventie-arenaDe Interventie-Arena is ontwikkeld als methode bij het bepalen van de juiste mix van noodzakelijke interventies. Het model onderscheidt vier verschillende aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden die niet op zich staan maar alle vier in onderling verband met elkaar staan. Het interventie-arena gaat uit van de premisse dat voor het oplossen van organisatievraagstukken minimaal één interventie in elk van de onderscheiden deelgebieden noodzakelijk is. Afhankelijk van de aard en inhoud van de probleemstelling kunnen meerdere interventies binnen één van de vier aandachtsgebieden noodzakelijk zijn.

De buitenkant
Het eerste aandachtsgebied, “de buitenkant”, wordt gevormd door de omgeving waarin de organisatie of het organisatieonderdeel opereert. Organisatie(entiteiten) zijn geen wereld op zich maar zijn onderdeel van een groter geheel. De buitenkant bestaat minimaal uit de klanten, burgers/bedrijven waar men de producten voor maakt of de diensten voor levert. Mogelijk bevat de buitenkant een extra gedaanten, namelijk als sprake is van een organisatie-entiteit dat onderdeel uitmaakt van een grotere organisatie. Een verandering zal altijd met “de buitenkant” in verband gebracht moeten worden. Op welke wijze draagt de verandering bij aan de toegevoegde waarde die de organisatie aan de “buitenkant” levert.

De binnenkant
Het tweede aandachtsgebied, “de binnenkant”, heeft betrekking op menselijke kant van de organisatie. Hoe functioneren mensen, hoe gaat men met elkaar om en op welke wijze wordt er gestuurd. Het (dis)functioneren van een organisatie wordt in belangrijke mate bepaald door dit aandachtsgebied en hier liggen dan ook belangrijke sleutels als het gaat om het vinden van oplossingen.

De richting
Het derde aandachtsgebied, “de richting”, heeft betrekking op de doelen die de organisatie nastreeft. Wat wil de organisatie of een organisatieonderdeel bereiken. “De richting” vormt voor de organisatie het referentiekader voor handelen. Veranderingen zijn dan ook geen doel op zich maar moeten bijdragen aan het realiseren van de door de organisatie geformuleerde doelen. Interventies binnen dit aandachtgebied moeten in de eerste plaats zorg dragen voor deze verbinding.

De invulling
Het vierde aandachtsgebied, “de invulling”, gaat in op de wijze waarop de organisatie is ingericht. Het gaat hierbij om zowel de (organisatie)structuur als om het instrumentarium dat bij de uitvoering van de werkzaamheden worden ingezet. Interventies binnen dit aandachtgebied leveren een belangrijke bijdrage aan het verankeren van de gewenste verandering.

Interventiemix
De beschrijving van de probleemsituatie met voor een deel een gezamenlijke werkelijkheid en op onderdelen verschillen vormt de uitgangspositie voor het vaststellen van de benodigde interventiemix. Hierin zijn grofweg vier stappen te onderscheiden, te weten:
  • een zo breed mogelijke inventarisatie van de in de ogen van betrokken benodigde activiteiten (interventies);
  • het toekennen van een waardeoordeel, bijvoorbeeld door een onderverdeling in urgent, belangrijk en minder belangrijk.
  • het plaatsen van de activiteiten binnen een van vier aandachtsgebieden zodat er minimaal een interventie binnen elk aandachtgebied plaatsvindt;
  • het leggen van verbinding tussen de verschillende acties binnen de vier aandachtgebieden en zonodig aanvullen.